Urbanus op z’n best!

‘Urbanus zelf’ ging gisteren in première in het Antwerpse Sportpaleis. Jong en oud trotseerden sneeuw en regen om het beste van Urbanus te zien. Urbanus zelf beloofde er alvast een spetterende avond van te maken.

In ‘Urbanus zelf’ brengt Urbanus de beste stukken uit z’n carrière, weliswaar wat herwerkt en aangevuld met nieuwe grappen en nummers. Zo zijn ‘Bakske vol met stro’, ‘Madammen met een bondjas’ en een choco on te rocks, niet te missen in zijn Sportpaleisshow.

Het hele publiek kijkt uit naar een avond vol grappen en grollen, oftewel naar Urbanus zelf. Hij weet al bij het opkomen een gigantisch applaus op te wekken. Vanaf dat moment zit de sfeer er goed in. Met het nummer 'Kodazur' bracht hij het publiek direct een hit van formaat. Urbanus vulde zijn show aan met enkele nieuwe grappen. Ook hij laat de politiek niet aan zich voorbij gaan. Staatssecretaris Maggie De Block kan niet ontsnappen aan de humor van Urbanus.

Het hoogtepunt van het eerste deel was een ‘Urbanusdraaimolen’. Hier vinden we allerlei belangrijke figuren uit z’n shows en strips terug. Urbanus zelf vergat af en toe z’n draaimolen aan te steken, maar dat bracht enkel nog meer hilariteit met zich mee.

Het publiek kent duidelijk het werk van Urbanus door en door, want de meeste nummers worden uit volle borst meegezongen. Z’n sketches worden met smaak ontvangen, om het kortweg te zeggen, Urbanus gaat nergens in de mist. Of toch bijna nergens, af en toe komt er een verkeerde noot uit zijn gitaar. Maar volgens een toeschouwer heeft dit z'n charme en kan Urbanus daar mee wegkomen. En charme had het inderdaad, je neemt Urbanus niets kwalijk. Want hij bezorgde het publiek een denderende show. Maar er was ook plaats voor zijn iets serieuzere werk. Zo werd het muisstil bij het nummer 'Prachtig kindje', dit nummer schreef hij voor zijn kinderen.

'Urbanus zelf' verwent het publiek maar liefst drie uur. De show kan zowel jong als oud, Urbanusliefhebber of  -newbie bekoren. Met andere woorden, Urbanus is er voor iedereen! En ja, in ‘Urbanus zelf’ zien we Urbanus zelf. Het is dan ook normaal dat het publiek hem beloont met een gigantisch applaus.

Wil je Urbanus nog aan het werk zien? Dan kan dat, ‘Urbanus zelf’ loopt nog op 17, 22 en 23 december in het Sportpaleis in Antwerpen.

Lijdensweg naar Aarhus

SlaapgewoontenHet hoogtepunt van de lange bootrit is het lekker nietsdoen onder de fel brandende zonnestralen – al ben ik op het zonnedek de enige die in T-shirt en geïmproviseerde korte broek te vinden is. Ik heb er geen idee van of het nu ik is die al te veel in zomerstemming is, of de anderen die nog teveel in winterstemming zijn.

Maar goed, we komen uiteindelijk aan in Kiel waar de prijs voor de trein richting Aarhus veel te hoog ligt. Dus sporen we eerst naar Flensburg, het Noorden van Duitsland, om daar de verschillende mogelijkheden te bekijken. Maar talrijk zijn die niet. Om 5 voor 6 is de eerste trein.

Slapen als clochards...En dus beslissen we om 2u30 om toch iets te slapen. Met onze hoofden als beveiliging op onze bagage proberen we doorheen het gesnurk van een dronkenman te slapen. Voor mij zonder resultaat.

Aangezien het ticketbureau nog niet open is en we geen tickets via de online machines kunnen kopen, stappen we zonder ticket de trein richting Kolding op. Er zijn geen zitplaatsen meer over,  maar een treinbediende is zo vriendelijk ons in het restaurant te laten plaatsnemen. En daar heb ik mijn eerste uurtje slaap.

In Kolding moeten we overstappen en in de volgende stop, Fredericia, moeten we nog eens een andere trein op. De rechtstreekse trein naar Aarhus is geschrapt… Maar we kunnen niet klagen: aangezien de conducteur in de eerste trein niet langskwam voor controle hebben we slechts de helft van onze rit betaald. En na zo’n reis zijn alle financiële meevallers meegenomen.

Het doet raar om mijn huidige thuishaven, Aarhus, terug te zien. Het leek alsof ik nooit zou thuiskomen. Maar ik ben er geraakt. Het beloofde een zotte reis te worden en de belofte is uitgekomen. Met dank aan Rui Gomes, Kristina Badurova en natuurlijk ook (al was het maar voor enkele dagen) Marije Smit.

Dit is de fles met wijn die nooit voor ons zal zijn

Rui spreekt al van voor de trip over Nida, een kuststadje in de gemeente Neringa. Maar voor we daarnaar toe gaan, zoeken we uit waar onze boot richting Kiel vertrekt en hoe we er kunnen geraken. Dit blijkt niet zo simpel: het toeristencentrum is gesloten, geen mens die Engels verstaat en als ze ons een beetje verstaan, sturen ze ons van het kastje naar de muur. De ene ‘kenner’ – in onze ogen tenminste – spreekt de andere tegen.

En zo komt het dat we vol twijfels beslissen om vanavond voor bus nummer 1 te gaan en de rest van de afstand te wandelen. De mentaliteit in Klaipeda bevalt ons niet. Eén van de buschauffeurs rijdt mij intussen bijna aan met zijn spiegel, maar Rui kan mij nog net op tijd naar zich toetrekken. De bestuurder blijkt het allemaal normaal te vinden: bussen voor alles.

Door al het nutteloze heen en weer geloop en de overzetboot die pas 45 minuten later dan we in ons hoofd hadden vertrekt, zit Nida er niet meer in. Maar de wandeling door het heerlijk ruikende bos maakt veel goed. Wanneer we bijna de andere kant van het smalle eiland bereiken, kunnen we de frisse zeelucht ruiken.

Het strand is vergelijkbaar met het onze aan de Noordzee, al is het er heel wat rustiger. Het is er ook helemaal niet uitgebaat. Onze voeten maken kennis met de zandkorrels en die blijken één groot mysterie te zijn. Het zand maakt vreemd piepende geluiden… Alle tips in verband met mogelijke veroorzakers zijn meer dan welkom!

Het moment is aangebroken om de uitdaging van bus nummer 1 aan te gaan. We verlaten de bus veel te vroeg, waardoor we na meer dan een halfuur wandelen nog steeds geen resultaat hebben. Ten einde raad slaan we een zijbaantje in. We wandelen in de goede richting. Maar wat ben je ermee als de haven op het uiteinde van de stad ligt? In de bocht van een straat zien we voor het eerst mensen. Mét een auto: onze laatste hoop…

De haven zou op minstens 7 kilometer liggen. Wanneer de vriendelijke Litouwers ons echter een taxi willen bellen, beseffen we dat we geen Litouwse munten meer hebben. En de bankautomaten hebben we intussen al lang achter ons gelaten. Na wat gediscussieer brengt een jongeman ons naar de haven. De rit duurt welgeteld 16 minuten. Maar eum, we wandelden in de juiste richting…

We bedanken de jongeman met het enige wat we hem kunnen geven: een fles rode wijn. Het zou ons enige hoogtepunt van de 23 uur durende bootrit naar Kiel worden. Maar wat dan ook: we hebben de boot tenminste gehaald!